Recensie: The Hickey Underworld – “I’m Under The House I’m Dying”
In 2006 kwam het zootje ongeregeld uit Antwerpen plotseling terecht in de finale van Humo’s Rock Rally en wonnen ze de wedstrijd ook nog eens. Toevallig komen ze van een stad waar iedereen een dikke nek zou hebben en waar eigenlijk wel de beste muziek vandaan komt. Ja ook wij komen uit Antwerpen en dat [...]
In 2006 kwam het zootje ongeregeld uit Antwerpen plotseling terecht in de finale van Humo’s Rock Rally en wonnen ze de wedstrijd ook nog eens. Toevallig komen ze van een stad waar iedereen een dikke nek zou hebben en waar eigenlijk wel de beste muziek vandaan komt. Ja ook wij komen uit Antwerpen en dat moet u ondertussen al door hebben. Een jaar na hun overwinning van de Rock Rally brachten ze hun naamloos debuut uit dat plotseling goed was voor nummers die enorm explosief zijn en waarin een zanger met volle overgave tekeergaat. Het album leverde hun alvast goede kritiek op en ik denk eerlijk gezegd dat de Gokchinees er niets met te maken had. Maar het viertal leverde gewoon een dijk van een plaat op en vier jaar later zijn we toch wel eens benieuwd naar wat er nu gekomen is van die opvolger.
Het album opent met Untitled waarin het viertal weer iets popachtig aflevert. Maar dan wel iets popachtig met een rare kronkel waarin die furieuze riffs en het geschreeuw van Younes Faltakh een mooie plek toebedeeld krijgen. Whistling mag alvast het nummer worden waarop we met volle overgave een of ander café in Antwerpen binnentreden en waarna we met veel chaos snel ‘t gat van de timmerman’ terug mogen opzoeken. Het nummer kolkt weer door die losgeslagen riffs die zich in de supermarkt juist naast die van de metal bevinden. Year Of The Rat start met volle overgave door een rollende en pompende baslijn en stuwt zo de rest verder. Met Das Pop terug achter de knoppen hebben ze niet echt een slechte keuze gemaakt en laten ze horen dat ze nog steeds met volle overgave het ene hoogtepunt na het andere op een plaat kunnen zetten.
Thierry laat ons dan weer wat denken aan Millionaire maar The Hickey Underworld is niet echt in een hokje te plaatsen. Ze vliegen van het ene genre naar het andere en laten vooral hun instincten en emoties los om een losgeslagen rit te bekomen die een 40tal minuten duurt. The Frog is waarschijnlijk de manier waarop Faltakh losgeslagen vrouwen gaat binnenhalen om toch nog maar een exemplaar van hun debuut The Hickey Underworld te verkopen. Het nummer straalt sex uit en voor die losgeslagen vrouwen is het best een tip om ook dat debuut in huis te gaan halen! Cold Embrace heeft dan weer het psychedelische randje dat hier voor het eerst opduikt en ons plotseling doet denken aan de vele fans van de band die zich meestal bevinden ter hoogte van het metrostation op de Groenplaats in Antwerpen.
Martian’s Cave bevat dan weer buitenaardse synths die waarschijnlijk zijn overgewaaid vanuit Linkeroever en omstreken maar het is vooral een nummer waarin de band ons eventjes op adem laat komen maar waarin ze toch vooral waarschuwen dat de helse rit nog niet gedaan is. Overfiend is dan weer het nummer waarin vooral de oerkracht van afspat en waarin de band als een furieuze bende alles kapot maakt. Pure Hearts In Mud is voor ons dan weer de perfecte vertolking van hoe wij iets intens toebedeeld willen krijgen. Ze brengen hier een introvert nummer (voor hun doen) en ze laten de intensiteit er af spatten door een zanger die vooral zijn furieuze kaakslagen toebedeeld door de juiste woorden uit te kiezen. Space Barrio heeft ook weer die perfecte mix tussen heftige rock en een fijn popgehalte.
The Hickey Underworld gaat met deze plaat toch tenminste Antwerpen al veroveren maar daarna gaan ze toch aardig hun grenzen mogen uitbreiden met een plaat als deze. Maar daarnaast mag het album gerust in het rijtje gezet worden van beste gitaarplaten uit België en is het een mooie opvolger geworden van Outside The Simian Flock van Millionaire!
[spotify:track:62DDIhrqdURe63Op9pT6h2]
















Toch wel straf dat de beste song van de plaat niet eens wordt besproken.
Ik denk dat iedereen zijn smaak toch wel verschilt en we kijken liever naar het geheel in plaats van dat elk nummer een plekje krijgt.