‘What is this shit ?’ waren de eerste woorden van Marcus Greil zijn recensie van Dylan zijn dubbelalbum Self Portrait uit 1970. De verwachtingen voor het album waren erg hooggespannen aangezien het al veertien maanden geleden was sinds hij zijn vorige album Nashville Skyline uitbracht. Het was Dylan’s eerste dubbelplaat sinds zijn meesterwerk Blonde On Blonde. En met de titel Self Portrait dachten vele fans dat het Dylan een erg persoonlijke plaat zou uitbrengen. Maar wanneer het album uitkwam leek het wel alsof Dylan heel hard met zichzelf aan het lachen was. En dat was ook wel deels het geval maar toch hield hij er volgens ons nog een uitstekende plaat aan over. Want wat Dylan uitbracht was toch totaal iets anders dan wat de fans hadden verwacht. Wanneer het album juist uitkwam werd het in zijn geheel in de Verenigde Staten op de radio gedraaid. En de DJ die het album afspeelde wist niet goed of hij het helemaal moest laten horen aangezien hij heel wat telefoontjes met klachten binnenkreeg over wat hij nu aan het draaien was.

bobdylan-selfportrait-2

‘What is this shit ?’ is een legendarische uitspraak rond het album geworden want Self Portrait bestaat ook uit een bijzondere mix van songs. Zo bestaat het album onder meer uit covers zoals The Boxer van Simon & Garfunkel, oude hits zoals Blue Moon en enkele live-opnames van Dylan zijn set op het Isle of Wight Festival. Bijna elk nummer werd ook bijna overladen door een achtergrondkoor, strijkers en blazers. De echte start van het album begon eigenlijk in de Columbia Studio A in Nashville in april 1969. Dylan werkte toen ook terug met dezelfde band als waarmee hij zijn twee vorige albums had opgenomen. Hij werkte dus terug samen met gitarist Charlie Daniels, bassist Charlie McCoy en drummer Kenny Buttrey. En met hun nam hij enkele traditionele nummers op als A Fool Such as I en I Forgot More Than You’ll Ever Know. Waarom hij bepaalde nummers uitkoos vertelde hij niet echt maar wat we wel weten dat is waarom hij Ring of Fire en Folsom Prison Blues uitkoos om te coveren aangezien hij op zijn vorig album ook al samenwerkte met Johnny Cash.

De sfeer tijdens de opnames was dan ook erg losjes. Alles mocht en de muzikanten mochten ook wat hun eigen weg uitgaan tijdens de opnames. Zo speelden de muzikanten ongeveer wat ze dachten dat Dylan wilde horen. Nadat ze 11 nummers hadden opgenomen stopte Dylan met de opnames. In maart begon Dylan terug met de opnames voor het album in New York waarvoor hij terug ging samenwerken met Al Kooper op orgel en David Bromberg op gitaar, dobro en bas. Het was van Blonde on Blonde geleden dat Dylan nog had samengewerkt met Al Kooper en Kooper was dan ook erg blij dat Dylan hem terug vroeg. Dylan had een aantal edities van het folkmuziekmagazine Sing Out! bij waarin hij willekeurig wat songs ging opzoeken om ze op te nemen. Ze wisselden traditionele folksongs af met bekendere covers. David Bromberg kende Dylan eigenlijk niet aangezien hij nog nooit met hem had samengewerkt. Maar al snel leerde hij Dylan kennen en besefte hij dat Dylan het liefst nummers in een of twee takes opnam. Maar het belangrijkste aan het album was vooral de manier waarop Dylan allerlei dingen uitprobeerde.

bobdylan-selfportrait-1

Tijdens deze opnames in New York nam Dylan en zijn band maar liefst 30 nummers op waaronder traditionals als Pretty Saro en In Search of Little sadie. Producer Bob Johnston nam vervolgens de tapes van Self Portrait met zich mee en hij voegde dan ook de blazers, strijkers en achtergrondzangeressen toe aan het album. Wat de reden  achter het studiowerk van Bob Johnston was werd nooit echt volledig duidelijk. De vele overdubs van Johnston zorgde voor veel mensen dat ze aan het album begonnen te twijfelen. In The Bootleg Series Vol. 10: Self Portrait konden we horen dat de songs eigenlijk wel hun bestaansrecht hadden en dat er achter die hele muur van geluid toch wel erg breekbare songs verscholen lagen. Wat er nu allemaal exact gebeurd was is tot op de dag van vandaag nog niet echt duidelijk maar toch is het belangrijk om te weten dat Dylan eigenlijk wel goede intenties had. En de echte bedoeling van Dylan zullen we ooit wel te weten komen. Het was met deze plaat dat hij voor de eerste keer toch eens op wat negatieve kritiek mocht rekenen aangezien een hele grote groep het album niet echt begreep.

Bob Dylan – 8 juni 1970 – Producer Bob Johnston – Columbia Records